Een visie op het lokalisme

De lokale partijen zijn in opkomst. Bij de vorige gemeenteraadsverkiezingen stemde bijna een kwart van de kiezers op een lokalist en de lokale partijen rijzen als paddestoelen de grond uit. Wat beweegt mensen om een lokale partij te verkiezen boven één van de landelijke partijen? Zijn het alleen maar proteststemmen, die het lokalisme opstuwen in de vaart der volkeren? Zo wordt het verschijnsel immers vaak afgedaan. Of zijn er toch nog andere redenen waarom het lokalisme zich in zo'n stijgende populariteit mag verheugen? Wat is het lokalisme eigenlijk?

Voor een goed begrip van het fenomeen lokalisme is een korte reis door de recente politieke geschiedenis van Nederland onontbeerlijk. In de twintigste eeuw kenden we in Nederland een partijendemocratie. Grote landelijke partijen zoals KVP, ARP, CHU, VVD en SDAP (PvdA), met ieder een duidelijk herkenbare achterban, maakten politiek gezien de dienst uit. Deze zuilen zorgden niet alleen voor de vertegenwoordiging van hun kiezers in de politiek. Zij zorgden ook voor een draagvlak voor hun achterban èn gunden die achterban binnen de partij ruimte voor feedback.

Vooral na de Tweede Wereldoorlog zien we een versneld verval van de vooroorlogse verzuilde maatschappij (en de hiervoor geschetste partijendemocratie) plaatsvinden.
Een belangrijke reden daarvoor is de opkomst van het individualisme, waardoor het groepsbelang geleidelijk aan een minder belangrijke plaats gaat innemen. De feedback van onder op binnen de grote verzuilde organisaties wordt minder; het maatschappelijk draagvlak voor deze organisaties neemt af. Zo zijn politieke partijen in de loop der tijd een belangrijk deel van hun voorheen vooraanstaande maatschappelijke positie kwijtgeraakt. Ter illustratie: In 1960 was 10% van het aantal kiesgerechtigden in Nederland lid van een politieke partij. Nu zijn dat er nog slechts 3 %. Van die 3%, zo'n 300.000 burgers, zijn er slechts zo'n 30.000 werkelijk partijpolitiek actief.

In politiek opzicht geeft de ontzuiling van Nederland een belangrijke aanzet tot de opkomst van lokale lijsten, aanvankelijk vooral in Noord-Brabant en Limburg, later ook elders. Burgers kunnen zich niet meer vinden in (sociale) wetgeving die vanuit Den Haag wordt opgelegd en die zich slechts gebrekkig laat vertalen naar de plaatselijke situatie. Zij zoeken naar andere wegen om hun belangen te (laten) behartigen en vinden die in het lokalisme.
Uiteraard is niet alleen de ontzuiling en de daarmee verbonden opkomst van het individualisme daarvoor verantwoordelijk. Ook andere maatschappelijke ontwikkelingen als de ontwikkeling van de massamedia en een betere opleiding voor brede lagen van de bevolking oefenen hun invloed uit. Daarmee is overigens een aspect dat in het midden van de vorige eeuw nog een rol van betekenis speelde, de afstand tussen 'Den Haag' en 'het land', wel vrijwel opgeheven.

Het succes van lokale partijen of lokale lijsten laat zich niet alleen verklaren uit de hiervoor genoemde ontwikkelingen. De mensen àchter die partijen of lijsten zijn smaakmakers in de politieke arena, die door hun inzet, vanuit onvrede, boosheid of verbazing over lokale (wan)toestanden, hun eigen draagvlak creëren bij de lokale bevolking.
Uiteraard heeft ook bij de lokale partijen in de loop van de tijd professionalisering zijn intree gedaan. Daardoor worden vaak de emoties rond het politieke debat zo niet gedempt dan wel in (beter) beheersbare banen geleid. Lokale partijen, vaak begonnen als protestpartijen, professionaliseren zich tot organisaties die vanuit lokaal gezichtspunt een breed spectrum van politieke belangen behartigen. Uiteraard is daarbij de lokale visie essentieel voor het behouden van draagvlak en achterban. Ondanks deze ontwikkelingsgang van professionalisering, waarvan de verschillende stadia bij de verschillende lokale partijen in het land zichtbaar zijn, blijven her en der die oorspronkelijke smaakmakers in de lokale politiek herkenbaar. Een voorbeeld van zo'n smaakmaker (en wat die kan bereiken) is bijvoorbeeld de aanvoerder van Leefbaar Utrecht, Henk Westbroek.

Wat is nu precies die lokale visie, waarover in de vorige alinea werd gesproken?
De essentie van de filosofie achter het lokalisme is dat mensen op lokaal niveau heel goed voor zichzelf (lees: voor hun eigen bestuur) kunnen zorgen. Dat wordt mooi verwoord in de uitspraak: "Bindt ons niet aan onmogelijkheden maar geef ons ruimte om dingen te realiseren waarvan wij vinden dat zij moeten gebeuren."
De kern van het lokalisme is een bottom-up benadering, waarbij initiatieven bij de burgers worden gelegd. De burger heeft in beginsel recht op een behoorlijk bestuur. Dat recht is echter niet vrijblijvend. De grenzen die de democratische rechtsstaat stelt ten aanzien van de waarborging van rechten èn plichten van burgers zijn tevens de grenzen aan deze lokalistische wijze van besturen.
Alle handelen van lokale politici - de dragers van de maatschappelijke reactie - behoren in het teken staan van deze dienstverlening aan de burgers. Een dienstverlening dus in de zin van rechten zowel als plichten, die zijn rechtvaardiging vindt in het nastreven van een democratische rechtsstaat.
Deze lokalistische aanpak biedt de maatschappij een aanzienlijk beter perspectief dan het besturen volgens op een ideologie gebaseerde dogmatische principes, waarbij het initiatief van boven af prevaleert en lokale omstandigheden in het beste geval slechts een ondergeschikte rol spelen.

Voor zo'n bottom-up benadering is essentieel, dat deelnemers aan het proces zelfstandig kunnen denken. Zelfstandig denken, bevorderd door de hiervoor geschetste maatschappelijke ontwikkelingen als ontzuiling, opkomst van het individualisme, ontwikkeling van massamedia en een betere opleiding voor brede lagen van de bevolking, kan dan ook worden gezien als de voornaamste oorzaak voor de huidige opkomst van het lokalisme als politieke stroming van betekenis.

Het lokalisme beperkt zich nu nog grotendeels tot het niveau van de gemeenteraden. Dat betekent echter niet dat er geen lokale initiatieven op andere niveaus kunnen plaatsvinden. Incidenteel gebeurt dat ook al, in provinciale staten, in de Eerste Kamer. "Ruimte geven", indachtig de hiervoor geciteerde uitspraak, kan immers op allerlei niveaus plaatsvinden. Zulke lokale initiatieven zijn zelfs onontbeerlijk voor de continuïteit. De vertegenwoordigende democratie zal immers op termijn ten gronde gaan indien er geen alternatief komt voor de uitgeholde partijendemocratie. Wat dat betreft zijn er ook van buiten de lokalisme-beweging ontwikkelingen gaande. Een enkel voorbeeld: De Commissie-Elzinga kent in haar voorstellen het gemeenteraadslid een vertegenwoordigende rol toe, die precies past in de bottom-up filosofie van het lokalisme.

Onafhankelijkheid. Nog zo'n kernwoord in de lokalisme-beweging. Maar toch: Een beweging kan niet zonder organisatie. Een vereniging die het lokalisme wil bevorderen en als 'ruggengraat van het lokalisme' wil optreden, is de Vereniging voor Plaatselijke Politieke Groeperingen (VPPG). De VPPG wil de belangen van aangesloten lokale partijen behartigen door dienstverlening op het gebied van advisering, opleiding en organisatie. Zij treedt op als spreekbuis voor de lokale partijen. De VPPG probeert ten behoeve van het werk van de lokale partijen subsidie te verkrijgen. Ondanks het grote aantal kiezers op lokalisten, landelijk gezien bijna een kwart van de bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen uitgebrachte stemmen, wenst de minister van binnenlandse zaken alleen partijen te subsidiëren die ook een vertegenwoordiging in de tweede kamer hebben. De VPPG tracht verandering van dat - oneerlijke - standpunt te bewerkstelligen door te streven naar de erkenning van de lokalistische stroming als één van de spelers in de politieke arena.

De toekomst ziet er zonnig uit, al zal het een toekomst zijn met veel vallen en opstaan. Voor de groei van het lokalisme is een vertaling in de breedte nodig van de achterliggende filosofie, van het zoeken naar de gezamenlijke thema's en naar de thema's die door iedere lokale partij plaatselijk, en dus onafhankelijk, worden ingevuld. Het kan niet anders of dat zal met groeistuipen gepaard gaan. Uiteindelijk lijkt de verwachting gerechtvaardigd, dat het lokalisme zal uitgroeien tot een sterke beweging, die zich een belangrijke en vernieuwende plaats in het binnenlands bestuur zal verwerven.

Auteur: Theo van Swol 

Oprichter van Gemeentebelangen 1991