De rol van Gemeentebelangen in de Reesink-stampij

Fragmenten uit het rapport "Stampij op de Ecofactorij"
(Raadsonderzoek naar het conflict tussen de gemeente Apeldoorn en Reesink)

Uit "Stampij op de Ecofactorij" Deel 1 pag 30
…..
" De rechter doet op 18 januari 2001 uitspraak in de bodemprocedure en stelt Reesink in het gelijk. Het vonnis is voor de gemeente vernietigend. De gemeente moet de intentieovereenkomst nakomen en, zodra de bouwvergunning is afgegeven, de grond voor fase 1 leveren voor de overeengekomen prijs van 99 gulden per vierkante meter.
Bovendien moet de gemeente voortvarend de ontsluiting van het perceel voltooien.
Ook moet de gemeente dwangsommen betalen per dag dat zij niet meewerkt aan de eigendomsoverdracht en aan de ontsluiting. Het gaat om 500.000 gulden per dag. De rechtbank zal de schade van Reesink bepalen in een vervolgprocedure.

Reesink stelt nog diezelfde dag aan het college voor om over het vonnis te overleggen.
Maar een dag na de uitspraak gaat het college in hoger beroep bij het gerechtshof.
Het college wil wel overleggen met Reesink, maar wil niet afzien van hoger beroep.
Reesink interpreteert dit als een afwijzing van zijn voorstel tot overleg.

Het college besluit verder te gaan met alleen advocaat Schuurmans en stelt bestuursadviseur mevrouw N.G. Smedes aan als coördinator. Zij zal zorgen voor de contacten binnen de gemeente en die tussen de gemeente en mevrouw Schuurmans.

 Een week later stemt de gemeenteraad in met het instellen van hoger beroep.

Alleen de fractie van Gemeentebelangen stemt tegen.

Uit "Stampij op de Ecofactorij" Deel 1 pag 31-32
…..
Op 9 oktober 2001 bespreekt het college de aanvraag voor de bouwvergunning.
Het college besluit om, op voorstel van wethouder Bolhuis, af te wijken van het advies van de afdeling Bouwtoezicht:

 ,,Aangezien het om een omvangrijk bouwproject gaat dat mede gevolgen kan hebben voor de verdere invulling van de Ecofactorij en de daarbij geldende voorwaarden besluit het college de bouwaanvraag ook op juistheid te laten toetsen door een externe deskundige.
Tegen die achtergrond zal het college het in Den Haag gevestigde kantoor De Brauw Blackstone Westbroek verzoeken de gevraagde advisering uit te voeren.
Hoewel zal worden aangedrongen op een spoedige advisering, valt niet uit te sluiten dat de 1e termijn van dertien weken wordt overschreden. Tegen die achtergrond besluit het College tevens de beslistermijn met dertien weken te verdagen."

Half oktober 2001 behandelt de gemeenteraad dit voorstel van het college.
Zonder hoofdelijke stemming stemt de gemeenteraad in met het voorstel.

De leden van de fracties van Gemeentebelangen, GroenLinks en D66 worden geacht tegen het voorstel te hebben gestemd.

De tegenstemmers stellen dat het college nog zeven weken heeft om een second opinion te vragen en dat verdaging daarom niet nodig is. Ook wordt opgemerkt dat de gemeente wél een bouwvergunning zou verlenen als de gemeente geen eigenaar zou zijn van de grond of als de gemeente met een ander, bijvoorbeeld een projectontwikkelaar, een conflict zou hebben over de grond. Met andere woorden: het college zou met twee maten meten. 

 Uit "Stampij op de Ecofactorij" Deel 1 pag 41-42
…..
De gemeenteraad heeft in dit hele dossier slechts een beperkte rol gespeeld. Het college betrekt de raad er eigenlijk alleen op een aantal formele momenten bij.
Pas eind oktober 2002 verstrekt het college aan de hele gemeenteraad een kort overzicht van de stand van zaken in het dossier Reesink. Dit overzicht geeft weliswaar een beperkt en gekleurd beeld, maar het is wél een eerste overzicht.

De meerderheid van de raad protesteert niet.

Wel zijn de fracties van Gemeentebelangen, GroenLinks en Leefbaar Apeldoorn soms kritisch.

Vooral raadslid T.J.P. van Swol van Gemeentebelangen laat zich een paar keer kritisch uit over de beslissingen van het college in dit dossier. Hij verdiept zich erin en komt op het stadhuis de dossiers inzien.
Pas in het voorjaar van 2005 na de uitspraak van de Raad van State over de verlening van de bouwvergunning is de gehele gemeenteraad zover dat hij geen genoegen meer neemt met de beperkte informatie van het college. De raad besluit dan zelf een onderzoek in te stellen. Dat onderzoek leidt uiteindelijk tot dit rapport. 

Uit "Stampij op de Ecofactorij" Deel 1 pag 52
…..
Op 2 december 1996 behandelt de raadscommissie Grondbedrijf Economische zaken Sport en Personeel de intentieovereenkomst. Tijdens deze bijeenkomst wordt ook de heer Ten Doeschate in de gelegenheid gesteld het woord te voeren. Tijdens de behandeling komt aan de orde dat Reesink nog aanmerkingen heeft op met name het onderdeel parkeernormen.

Raadslid Van Swol (Gemeentebelangen) wijst er tijdens de behandeling op dat eerst een publiekrechtelijk ruimtelijk kader nodig is, waarbinnen het college veel duidelijker en nadrukkelijker het overleg met belanghebbenden kan voeren.
,,We praten over een onzekere toestand waarbinnen geen publiekrechtelijke afspraken zijn gemaakt. Ik vind dat heel gevaarlijk. Het worden zeer moeizame onderhandelingen."

Uit "Stampij op de Ecofactorij" Deel 1 pag 57-58
…..
Op 19 maart 1997 vindt een ingelaste gezamenlijke vergadering plaats van de raadscommissie Grondbedrijf Economische Zaken Sport en Personeel en de raadscommissie Financiën Kunst en Milieu.

Hier ligt een raadsvoorstel voor dat luidt:
"Wij stellen u voor om de voor u ter inzage gelegde intentieovereenkomst met Reesink NV te bekrachtigen, alsmede het verkoopcontract tussen Reesink NV en de gemeente Apeldoorn."

Voor zover de Onderzoekscommissie uit dossieronderzoek heeft kunnen nagaan, hebben de raadsleden in de commissie het collegebesluit van 11 maart 1997 met de ondertekende intentieovereenkomst en koopovereenkomst van 12 maart 1997 (niet-openbaar) ontvangen. De raad is niet expliciet gewezen op de wijzigingen in de intentieovereenkomst (en de koopovereenkomst) ten opzichte van de "Echoputovereenkomst".
In de raad wordt op 20 maart 1997, zonder hoofdelijke stemming unaniem, overeenkomstig het voorstel besloten.
Ter voorkoming van belangenverstrengeling heeft raadslid de heer Van Dronkelaar (Gemeentebelangen) bij de stemming de raadszaal verlaten.
Er zijn drie stemverklaringen (van D66, het CDA en de VVD). Teneur: lof voor het resultaat, maar ook besef dat er een krap tijdschema staat en dat nog niet alles in kannen en kruiken is.

Uit "Stampij op de Ecofactorij" Deel 1 pag 104
…..
De gemeente gaat 19 januari 2001, de dag na de uitspraak, in beroep tegen dit vonnis in bodemprocedure (dagvaarding 30 maart 2001). De gemeente beoogt met deze stap het (deel)vonnis van 18 januari 2001 (door de rechter) te doen vernietigen, de vorderingen van Reesink alsnog niet-ontvankelijk te doen verklaren, te doen verklaren dat de intentieovereenkomst is ontbonden en Reesink te doen veroordelen tot schadevergoeding.

Diezelfde dag (19 januari 2001) besluit het college dat voortaan alleen nog mevrouw Schuurmans zal optreden als advocaat.

De heer Bolhuis zegt over haar in zijn verhoor bij de Onderzoekscommissie:

,,Ja, er is op een gegeven moment gezegd: we moeten kiezen voor een situatie waarin we een advocaat inschakelen die zich nu echt richt op het afscheid nemen van elkaar, en niet elke keer de deur weer op een kier zet."

Op 25 januari 2001 bekrachtigt de gemeenteraad het besluit om in hoger beroep te gaan.

De fractie van Gemeentebelangen stemt tegen.

Uit "Stampij op de Ecofactorij" Deel 1 pag 136
…..
Bij brief van 17 oktober 2001 aan de gemeenteraad verzoekt Reesink de raad het collegebesluit tot verdaging niet goed te keuren.
Op 18 oktober besluit de raad over het verdagingsbesluit van het college.

Raadslid de heer Van Swol (Gemeentebelangen) acht het voorstel prematuur, omdat het college naar zijn zeggen nog zeven weken heeft om een second opinion te laten uitbrengen.

Raadslid de heer Boddeke (GroenLinks) vindt dat het college publiek- en privaatrecht vermengt en heeft voorkeur voor een onafhankelijke derde boven de eigen advocaat bij de uitvoering van de nadere toetsing. Raadslid de heer Mouw (D66) wil aanvankelijk het college volgen, maar wel later een politiek oordeel kunnen vellen. Wethouder Kuijpers stelt dat dat niet kan. D66 moet nu besluiten. Zonder hoofdelijke stemming besluit de gemeenteraad overeenkomstig het voorstel,
met dien verstande dat de leden van de fracties van Gemeentebelangen, GroenLinks en D66 worden geacht tegen het voorstel te hebben gestemd.

Uit "Stampij op de Ecofactorij" Deel 1 pag 186
…..
Hier ligt een raadsvoorstel voor dat luidt:
,,Wij stellen u voor om de voor u ter inzage gelegde intentieovereenkomst met Reesink NV te bekrachtigen, alsmede het verkoopcontract tussen Reesink NV en de gemeente Apeldoorn".

In de raad wordt op 20 maart 1997, zonder hoofdelijke stemming unaniem, overeenkomstig het voorstel besloten.
Ter voorkoming van belangenverstrengeling heeft raadslid de heer J.E.C. van Dronkelaar (Gemeentebelangen) bij de stemming de raadszaal verlaten.
Er zijn drie stemverklaringen (van D66, het CDA en de VVD).
Teneur: lof voor het resultaat, maar ook besef dat er een krap tijdschema staat en nog niet alles in kannen en kruiken is.

Uit "Stampij op de Ecofactorij" Deel 1 pag 187-188
…..
Het college nodigt de fractievoorzitters uit om op 19 januari 2001, de dag na het vernietigende vonnis van Zutphen, nader te worden geïnformeerd, in aanwezigheid van de wethouders Bolhuis en Kuijpers.

Op 25 januari 2001 bespreekt de raad het besluit van het college om in beroep te gaan tegen de uitspraak van de rechter van 18 januari 2001. Dit is het vonnis in de bodemprocedure. Het voorstel bevat weinig analyse. De raad bekrachtigt het collegebesluit.
De fractie van Gemeentebelangen stemt tegen.

Twee dagen eerder, op 9 oktober 2001, besluit het college zijn beslissing over de bouwvergunning (met maximaal 13 weken) aan te houden en eerst nog advies te vragen aan De Brauw Blackstone Westbroek. Op 18 oktober 2001 bespreekt de raad dit verdagingsbesluit.

Zonder hoofdelijke stemming besluit de raad overeenkomstig het voorstel,
met dien verstande dat de leden van de fracties van Gemeentebelangen, GroenLinks en D66 worden geacht tegen het voorstel te hebben gestemd.

Over de beoordeling door raadsleden van de merites van het voorstel zegt wethouder Kuijpers in het debat op 18 oktober 2001 in reactie op de inbreng van D66-fractievoorzitter Mouw:

,,U kunt het dossier beoordelen bij mevrouw Smedes. De heer Van Swol heeft daar uitgebreid gebruik van gemaakt. U kunt dus ook nakijken wat in het dossier staat en wat er heeft gespeeld. Het is dan gemakkelijk om later, als het misschien niet uitkomt een collegelid de maat te nemen. Ik vind dat niet terecht. Het is uw bevoegdheid en u kunt het dossier inzien." 

Uit "Stampij op de Ecofactorij" Deel 2 pag 61-62
…..
Op 25 januari 2001 behandelt de raad het besluit van het college om in beroep te gaan tegen de uitspraak van de rechter van 18 januari 2001. Het raadsvoorstel geeft aan dat het collegebesluit tot instellen van beroep is genomen na overleg met de heer De Koning en mevrouw Schuurmans. De raad bekrachtigt het voorstel,
met tegenstem van de fractie van Gemeentebelangen.

De heer Van Swol van deze partij verzoekt het college tijdens het debat niet in hoger beroep te gaan tegen de uitspraak dat de grond geleverd moet worden, geen vertragingstechnieken te hanteren en de grond onverwijld te leveren.

Gemeentebelangen dient een motie (M1) in die wordt verworpen, met 37 stemmen tegen en 1 voor.

De motie luidt:  De gemeenteraad verzoekt het college:

• naast het instellen van hoger beroep om nadere nuancering van het vonnis te bevorderen alles in werk te stellen om de onmiddellijke uitvoering van de intentiebijeenkomst met Reesink N.V. te effectueren, op zodanige wijze dat alle eventueel vertragende maatregelen daarbij achterwege worden gelaten en dat aan verplichtingen van de gemeente Apeldoorn op loyale wijze wordt voldaan.

• Daarnaast- bijvoorbeeld onder leiding van prof. dr. J.W. van Zundert onafhankelijk onderzoek te laten doen naar de kwaliteit van het bestuurlijk proces in het kader van de uitvoering van de intentieovereenkomst met Reesink N.V.  

Uit "Stampij op de Ecofactorij" Deel 2 pag 69
…..
Op 18 oktober 2001 besluit de raad over het verdagingsbesluit van het college.

Zonder hoofdelijke stemming besluit de gemeenteraad overeenkomstig het voorstel,
met dien verstande dat de leden van de fracties van Gemeentebelangen, GroenLinks en D66 worden geacht tegen het voorstel te hebben gestemd.

Raadslid Van Swol van Gemeentebelangen zet in het debat vraagtekens bij de noodzaak om de beslistermijn te verlengen.
Hij wijst erop dat nog voldoende tijd resteert. Hij becijfert die op zeven weken.
Ook zet hij vraagtekens bij de keuze van kantoor De Brauw Blackstone Westbroek voor het uitvoeren van de second opinion.

 
Enquete

De uitslag van het raadsonderzoek grondbedrijf is vernietigend en beschuldigend naar het handelen van het college van B en W. Wat is uw mening ?

(41 votes)

80.5% (33)
14.6% (6)
4.9% (2)
Moment a.u.b.

Beheer site