Schriftelijke vragen aan het college van B en W, raadsvergadering 19 januari 2012

Betreft: wenselijkheid van intrekking voorstel invoering “ Reclamebelasting “

De initiatiefnemers hebben een draaiboek opgesteld met o.a. invoering 01-01-2012.
Inmiddels moet de gehele procedure nog opgestart worden

Vraag 1   wat is het college aan belemmeringen tegengekomen?

Gemeentebelangen is als belangstellende aanwezig geweest bij de “draagkrachtpeiling”
en zag dat iedereen kon stemmen. Geen vorm van registratie als winkeleigenaar of
wettig vertegenwoordiger. Bij verzet zal ( volgens wettelijke uitspraken) de
draagvlak-meting
als meest doorslaggevend gelden.

Vraag 2   Voorziet het college niet een flink proces van capaciteit, dat uiteindelijk
juridisch zal stranden?

Bij aangetekende brief van 24 oktober 2011 verzet “Detailhandel Nederland”
( 110.000 winkeliers-leden) nota bene de vertegenwoordiger van de detailhandel
zich - gemotiveerd- met hand en tand tegen de invoering.

Vraag 3   Wat is de mening van het college over deze tegenstrijdigheid?

Vraag 4   Waarom wordt bovenstaande brief niet beantwoord?

De heffing is uniform: iedere (bij invoering verplichte deelnemer) betaald € 750,=
Zowel b.v. V & D als de schoenmaker.

Vraag 5   Begrijpt het college dat dit bij (een deel van) de ondernemers veel
onrechtvaardigheid gevoel oproept?

In het draaiboek is opgenomen dat de gemeente Apeldoorn de inning verzorgt.
Het valt Gemeentebelangen op dat daar een érg groot bedrag voor is ingepland
n.l. € 50.000,= Na informele en ambtelijke informatie komt daar (schoorvoetend) uit
dat daar ook het verzet uit moet worden betaald. Dit betreft dus niet alleen
incasso maar ook de aanmaningen, deurwaarders én procedures.

Vraag 6   Hoe ziet het college deze weinig hoopvolle start i.v.m. de uitstraling voor Apeldoorn?

Vraag 7   Als er € 50.000,= nodig is voor de (moeizame) inning, dan zou de bijdrage van € 750,=
van al 67 winkeliers wegvallen alléén al voor de inningkosten.

Vraag 8   Vindt het college dit geen onevenwichtige balans?

Vraag 9  Is bovenstaande voldoende reden voor het college om het voorstel in te trekken?

Contact: Ben Hendrikse, raadslid Gemeentebelangen Apeldoorn Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.   055 5430587 06 11396096

 

Beantwoording vragen:

1.   Voor het tijdstip van invoering van de reclamebelasting is na de brede 
ondernemersbijeenkomst op 10 oktober 2011 een zeer ambitieus tijdpad uitgerold.
Insteek van het college hierin is altijd geweest dat zorgvuldigheid voor "snelheid"gaat.
Bij mogelijke invoering van reclamebelasting spelen meerdere juridische aspecten een rol.
Onder andere de afspraken in het convenant tussen gemeente en de
Stichting Ondernemersfonds Apeldoorn Centrum zijn juridisch zorgvuldig getoetst.
Invoering op een andere datum in 2012 is juridisch geen probleem, bij besluitvorming
door de raad op 16 februari 2011 wordt de reclamebelasting per 1 maart 2012.
Het tarief voor 2012 bedraagt dan 10/12 van € 750,00

Daarnaast is als gevolg van de vakantieperiode en wijzigingen in de PMA-agenda
dit thema later op de politieke markt gekomen.

2.   Invoering van een reclamebelasting ten behoeve van de financiering van het
ondernemersfonds gaat, zeker bij de start, gepaard met veel ophef. Ervaringen in
steden die Apeldoorn zijn voorgegaan hebben dit duidelijk gemaakt, het college is
hier mee bekend. De praktijk wijst ook uit dat deze onrust snel afneemt als betalende
ondernemers zien wat er met de opbrengst van de reclamebelasting gebeurt.

Initiatiefnemers en gemeente hebben in het kader van het ondernemersfonds zich
laten bijstaan door een juridisch adviesbureau ( Van den Bosch en Partners,
gespecialiseerd in ondernemersfondsen ). Ook is er met andere gemeenten contact
geweest om o.a. inzicht te krijgen in juridische aspecten. Daarmee is het de
verwachting dat gemaakte keuzes 1 ten aanzien van het fonds goed zijn onderbouwd
en in eventuele juridische procedures stand houden.

Door de initiatiefgroep is veel aandacht uitgegaan naar het goed organiseren
van de bijeenkomst op 10 oktober 2011. Voor deze bijeenkomst zijn alle
binnenstadondernemers uitgenodigd ( zowel per brief als een uitnodiging die in
de winkel is afgegeven). Belangrijk aspect was dat alleen binnenstadondernemers
aan de discussie konden deelnemen. Met de persoonlijke uitnodiging konden
ondernemers een groene en rode kaart ophalen. Ondernemers zonder kaart konden
zich ter plaatse aanmelden. Op basis van een adressenlijst is nagegaan of
betreffende ondernemer in het gebied van de reclamebelasting gevestigd is.
Per aanmelding is 1 groene en 1 rode kaart verstrekt, waarmee voorkomen werd
dat bedrijven die met meerdere vertegenwoordigers kwamen meerdere stemmen
konden uitbrengen. Tot slot is door herkenning nagegaan dat alleen
binnenstadondernemers aanwezig waren.

Afhandeling van de reclamebelasting wordt gedaan door de dienst Middelen,
afdeling Financiën en Belastingen. Deze afdeling is vanaf het begin geïnformeerd
over de voortgang van het proces, en heeft uiteindelijk een inschatting gemaakt
van de benodigde kosten en capaciteit. Hierbij baseert de afdeling zich op de
totale kosten die gemaakt worden bij de heffing en inning van precariobelasting
en ervaringcijfers van andere gemeente.

Alle kosten die gemaakt worden in verband met de in- en uitvoering van de
reclamebelasting en de kosten die worden gemaakt in het kader van de behandeling
van bezwaar- en beroepschriften, eventuele procedures ter zake en mediation
komen ten laste van het fonds. Daarmee is dit initiatief budgetneutraal voor de gemeente.
De jaarlijkse kosten zijn begroot op 40.000 euro.

Ervaring in andere steden leert dat de kosten als gevolg van minder bezwaren na
het eerste jaar afnemen. Na afloop van het kalenderjaar wordt op basis van
nacalculatie bepaald wat de werkelijke kosten zijn geweest en worden deze verrekend.
Deze wijze van heffen van reclamebelasting ter financiering van een ondernemersfonds
is inmiddels door de belastingrechters algemeen aanvaard is, zo blijkt uit jurisprudentie.

3.   In de brief zet Detailhandel Nederland ( belangenvertegenwoordiger voor zowel grootwinkelbedrijf als midden- en kleinbedrijf ) haar principiële bezwaren uiteen
tegen de reclamebelasting. Detailhandel Nederland heeft principiële bezwaren tegen
welke vorm van heffing. In de onderbouwing van de bezwaren merkt het college
inhoudelijke verschillen op tussen de Detailhandel Nederland en de wijze waarop het ondernemersfonds in Apeldoorn wordt opgericht.

Het ondernemersfonds is een initiatief van, door  en voor ondernemers uit de
Apeldoornse binnenstad, met als centrale doelstelling de binnenstad aantrekkelijker
te maken voor bezoekers, Apeldoorn als belevenis ! Ondernemers vragen de
gemeenteraad om ten behoeve hiervan reclamebelasting in te voeren. Inkomsten
uit de reclamebelasting wordt door de gemeente via een subsidie ter beschikking
gesteld aan de Stichting Ondernemersfonds Apeldoorn Centrum. En niet zoals
Detailhandel Nederland stelt om de contributiekas van lokale ondernemersverenigingen
te vullen, danwel ten gunste komt van de gemeentekas.
Bestaande ondernemersverenigingen blijven functioneren, ondernemers worden
via reclamebelasting niet verplicht lid van bestaande ondernemersverenigingen.
Ondernemers blijven vrij in deze keuze, ook na invoering van de reclamebelasting.

Ondernemers kiezen uiteindelijk voor een reclamebelasting, een
Bedrijven Inverstering Zone (BIZ) is als alternatief serieus overwogen.
De BIZ kent een sterke inhoudelijke focus vanuit de wet op schoon, heel en veilig,
en sluit daarmee niet aan op de doelstelling van het ondernemersfonds.
Ondernemers willen inversteren in het ontwikkelen en verkopen van
"Apeldoorn als belevenis!" , het verbinden van ondernemers en initiatieven
en op professionele wijze samenwerken.

Het college heeft kennis genomen van de bezwaren van Detailhandel Nederland
en merkt op dat initiatief afkomstig is vanuit ondernemers in de binnenstad.
De bijeenkomst op 10 oktober 2011 toont aan dat een fors aantal ondernemrs
positief over deze ontwikkeling is.

4.   Brief wordt momenteel schriftelijk beantwoord, in eerder stadium is contact
geweest met Detailhandel Nederland over Ondernemersfonds.

5.   Initiatiefnemers hebben verschillende mogelijkheden voor de opzet en
financiering van het fonds geïnventariseerd en zijn tot weloverwogen keuzes gekomen.
Hierover is vaak overlegd met lokale ondernemers en (juridisch) adviseurs.
Alle (betrokken) ondernemers hebben invloed op besteding van gelden, het
activiteitenplan is samen met de ondernemers opgesteld. Het prces is zorgvuldig
verlopen en straks merken de ondernemers in het betrokken gebied daadwerkelijk
wat er met het geld gedaan wordt.

Het college begrijpt dat het maken van keuzes waar alle ondernemers mee
instemmen een hele opgave is en dat door het maken van die keuzes bij een
aantal ondernemers een gevoel van onrechtvaardigheid kan ontstaan. Het college
is echter ook van mening dat alle ondernemers de mogelijkheid hebben gehad een
actieve bijdrage te te leveren en dat de uiteindelijke keuzes goed zijn onderbouwd.

6.   Zie beantwoording 2.

7.   Ervaring in andere steden is dat het aantal bezwaren naar verloop van tijd
afneemt, en daarmee ook voornoemde kosten dalen. Het college ziet hier een
duidelijke opgave voor het ondernemersfonds. Zodra via het fonds aantoonbare
resultaten worden behaald en de meerwaarde voor de stad duidelijk is neemt het
aantal bezwaren af. Derhalve zal er meer budget beschikbaar zijn voor onder
andere promotionele activiteiten en het organiseren van evenementen.

De kosten van heffing en inning zijn niet onevenredig hoog, ook gezien
ervaringen in andere steden. Het betreft hier een eerste inschatting, gemaakte
kosten worden door ondernemers terugbetaald.

8.   Het college beschouwt die niet als onevenwichtig. Ook in andere steden
blijkt dat bij de opstart van een dergelijke initiatief ca. 10% - 15% van het
budget hiervoor gereserveerd moet worden. De keuze om voor een tarief voor
alle ondernemers is helder en transparant en scheelt in de uitvoeringskosten.

9.   Het college is zeer content met het feit dat een grote groep ondernemers uit
de binnenstad dit initiatief heeft genomen. De doelstelling van het ondernemersfonds,
namelijk het versterken van de Apeldoornse binnenstad, kan op veel sympathie van
het college rekeken. Het college heeft vertrouwen in dit initiatief en is niet
voornemens het voorstel in te trekken.
 

 

 

 

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Enquete

Gemeente Apeldoorn legt voorbereidingen voor het uitvoeren van de huishoudinkomenstoets voor mensen met een bijstandsuitkering voorlopig stil. Dit naar aanleiding van het voorstel in de Tweede Kamer om deze bezuinigingsmaatregel terug te draaien.

(4 votes)

0% (0)
100% (4)
0% (0)
Moment a.u.b.

Beheer site