Gezondheidsrisico's De Haere
Schriftelijke vragen van de fractie Gemeentebelangen aan B. en W.
volgens artikel 34 van het Reglement van Orde van de Raad 2006.
Vragen over mogelijke gezondheidsrisico’s bij bodemsanering woonwagenlocatie “De Haere”
Inleiding:
In de morgen van vrijdag 10 oktober 2008 werd een raadslid van de fractie Gemeentebelangen opgebeld door een bewoonster van De Haere. Deze bewoonster gaf aan dat graafmachines bezig waren met het omzetten en verladen van grond waarbij stof en stank vrij kwam. Haar woning staat 10 meter vanaf de plek waar de vervuilde grond werd omgezet. Zij vreesde gezondheidsproblemen door inademing van deze stoffen.
Op basis van deze oproep heeft de fractie Gemeentebelangen de aangewezen plek bezocht.
Zij trof een situatie aan, zoals die kort na de middag door TV-Apeldoorn gefilmd is.
Kortheidshalve verwijzen wij naar deze documentaire/nieuwsuitzending, die op deze dag om 17.00 uur uitgezonden is, en daarna elk uur is herhaald.
Gemeentebelangen heeft de volgende vragen:
Vraag 1:
Heeft het college kennis genomen van deze documentaire/nieuwsuitzending?
Ja.
Vraag 2:
Kan het college een reactie geven op de aangetroffen situatie?
Antwoord
Naar de mening van ons college hebben zich bij de uitvoering van de sanerings-
werkzaamheden geen onrechtmatigheden of onacceptabele omstandigheden voorgedaan. Voor het overige verwijzen wij naar de provincie Gelderland als bevoegd gezag en controlerende instantie op de naleving van de saneringsvoorwaarden door de gemeente.
Vraag 3:
Toelichting 1:
Bij besluit d.d. 19 maart 2004 van Gedeputeerde Staten van Gelderland is vastgesteld dat het gaat om een “urgent geval van ernstige bodemverontreiniging”. Dit besluit is gebaseerd op ingediende onderzoeken.
Deze onderzoeken beschrijven dat de grond sterk is verontreinigd met zware metalen, polycyclische aromatische koolwaterstoffen, oliën, vluchtige aromaten en vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen.
Deze stoffen leveren -voorzichtig gezegd- een groot gezondheidsrisico.
Toelichting 2:
Vrijdagmorgen 10 oktober 2008; op het onderhavige terrein aangekomen nam een Raadslid van Gemeentebelangen waar, dat de grond op een deel van het terrein sopte van de olie, althans een zwarte olieachtige substantie met een penetrante geur. Deze geur was ook bij de woningen die vlak naast het terrein staan waarneembaar, zij het in mindere mate dan juist boven de bron.
Vraag:
3a. Is nagegaan of bij het ontgraven ‘voor de gezondheid schadelijke stoffen’ kunnen vrijkomen?
Antwoord Dit is vooraf nagegaan. Er is sprake van een bodemverontreiniging met zware metalen, PAK en minerale olie. Deze stoffen zijn niet of nauwelijks vluchtig. Tijdens de uitvoering van de sanering kan mogelijk wel een olieachtige geur worden waargenomen vanwege een lage geurwaarde van olie, zonder dat de gezondheidswaarde hiervan wordt overschreden.
Ondanks alle uitgevoerde onderzoeken kunnen er altijd onverwachte omstandigheden optreden tijdens een bodemsanering. Daarom is volgens de protocollen gedurende de uitvoering van het werk continue een milieukundige begeleider van het adviesbureau TAUW aanwezig. Indien noodzakelijk worden veiligheidsregimes (voor zowel de werknemers als de omwonenden in de omgeving) aangepast. Dit is niet noodzakelijk gebleken.
3b. Zo nee, waarom niet?
Antwoord Niet van toepassing
3c. Waarom zijn er geen voorzieningen getroffen, zodat mensen niet blootgesteld konden worden aan mogelijk vrijkomende gevaarlijke stoffen? Hierbij valt te denken aan evacuatie.
Antwoord
Gelet op het ontbreken van gezondheidsrisico’s is er geen enkele aanleiding geweest tot het treffen van voorzieningen. Ook de provincie heeft bij haar controlebezoeken op de saneringslocatie hiertoe geen aanleiding gezien
Vraag 4:
Waarom is niet met de bewoners gecommuniceerd over wat er ging gebeuren, wat de risico’s zijn en welke voorzorgsmaatregelen getroffen kunnen worden?
Antwoord Bij bewonersbrief van 10 juli 2008 hebben wij de bewoners van De Haere geïnformeerd over de afronding van de bodemsanering. Een kopie hiervan is bijgaand toegevoegd (bijlage 1). Daarnaast heeft de provincie in het kader van de Wet bodembescherming van dit voornemen op de daarvoor door de wet voorgeschreven wijze kennis gegeven in het Apeldoorns Stadsblad, waarbij is verwezen naar ter inzage liggende saneringsplannen en onderzoeken (bijlage 2). In deze stukken kon worden gelezen dat er met inachtneming van de voorgeschreven veiligheids- en gezondheidsprotocollen geen bijzondere risico’s zijn verbonden aan het uitvoeren van deze sanering.
Vraag 5:
Waarom is pas daags nà aanvang van de saneringswerkzaamheden en nà de commotie en schrik, een brief bij de bewoners bezorgd, met enige informatie over de uitvoering van het saneringsplan?
Antwoord Alom mocht bekend worden verondersteld onder de bewoners van de Haere dat de gemeente zo spoedig mogelijk na het vertrek van een bedrijf de bodemsanering zou vervolgen vanwege de aanleg van de laatste standplaatsen. Bovendien is de aanvang hiervan direct zichtbaar voor de bewoners van de Haere door plaatsing van hekwerken etc. De gemeente zag geen aanleiding hierover verder te communiceren met de bewoners.
Op 11 september 2008 is een startmelding gedaan van het werk naar de provincie Gelderland met als feitelijke startdatum van de werkzaamheden op 22 september 2008.
Op 19 september 2008 is een melding naar de provincie gedaan van een afwijking op het saneringsplan. Deze afwijking betreft het gemeentelijk besluit de verontreinigde ontgraven grond niet ter plaatse te zeven maar direct in vrachtwagens te laden en af te voeren naar de verwerker. Tevens is toen gemeld dat aanvangsdatum van werkzaamheden is verplaatst naar 24 september. De provincie heeft deze wijziging van het saneringsplan op 1 oktober 2008 gepubliceerd in het Apeldoorns Stadsblad. Vanwege merkbare onrust onder (overigens een beperkt aantal) bewoners van De Haere, hadden wij het voornemen om in die week alsnog een bewonersbrief te sturen over de resultaten van het asbestonderzoek en het niet zeven van de verontreinigde grond ter plaatse.
We hebben hiermee gewacht omdat we op 1 oktober 2008 door de Raad van State werden geïnformeerd dat beroep was aangetekend tegen de besluitvorming van de provincie op ons saneringsplan. Bovendien werden wij opgeroepen voor een zitting op 3 oktober 2008 vanwege het verzoek tot het treffen van een “Voorlopige voorziening” en de uitslag hiervan misschien nog informatie zou kunnen opleveren om mee te nemen in deze bewonersbrief. Nadat de uitslag hiervan bekend was, is direct een bewonersbrief verzonden waarvan een kopie is toegevoegd (bijlage 3). De uitslag van de Raad van State is hierin vermeld.
Vraag 6:
Toelichting:
Vanuit de provincie is aangegeven dat de Gemeente Apeldoorn gemeld heeft dat op maandag 13 oktober 2008 zou worden begonnen met de saneringswerkzaamheden. Vanaf dat moment zou er toezicht vanuit de provincie zijn.
Vraag:
Waarom waren de saneringswerkzaamheden, anders dan gemeld aan de Provincie Gelderland, op vrijdag 10 oktober jl. in alle vroegte dan al begonnen?
Antwoord De opmerking dat de Gemeente Apeldoorn aan de Provincie gemeld heeft dat op maandag 13 oktober 2008 zou worden begonnen met de saneringswerkzaamheden, is niet juist.
Reeds op 11 september 2008 heeft de Gemeente bij de Provincie een formele melding ingediend voor de start van de saneringswerkzaamheden (zie beantwoording onder vraag 5). Op 30 september heeft een toezichthouder van de provincie dan ook een eerste controlebezoek gehouden. De werkzaamheden zijn tussendoor een paar dagen opgeschort omdat eerst nog een aantal bomen op het terrein moesten worden verwijderd. Op vrijdag 10 oktober jl. zijn de saneringswerkzaamheden hervat. Op diezelfde dag heeft een raadslid een telefonische klacht ingediend bij de provincie Gelderland omtrent overlast op de locatie. De provincie heeft die zelfde dag nog per mailbericht gereageerd naar dit raadslid. Naar aanleiding van deze klachten heeft de provincie op 13 oktober 2008 een tweede controlebezoek gebracht aan het terrein.
Vraag 7:
Toelichting:
Bij besluit van GS van Gelderland, d.d. 19 maart 2004, is een saneringsplan vastgesteld, waarbij alle grond die vervuild is met gevaarlijke stoffen zou worden afgevoerd.
Op 8 april 2008 is door Gemeente Apeldoorn aan GS van Gelderland een melding gedaan van een versobering van het vastgestelde saneringplan.
Het vernieuwde saneringsplan wordt aangeduid als een “kosten-effectief plan”.
De belangrijkste, en tevens aanzienlijke aanpassing in het nieuwe saneringsplan is, dat alleen de bovenlaag tot 1 meter onder maaiveld wordt weggehaald en wordt aangevuld met schone grond.
Vraag:
Waarom is de Raad niet betrokken bij deze ingrijpende wijziging van het saneringsplan met aanzienlijke gevolgen voor de begroting en aanvaarding van de hieruit voortvloeiende gezondheidsrisico’s.
Antwoord Het college is belast met de uitvoering en de realisering van het door de gemeenteraad vastgestelde bestemmingsplan voor het woonwagencentrum De Haere en de noodzakelijke sanering van de verontreinigde bodem op het voormalig bedrijventerrein.
Door tijdverloop diende de wettelijke mogelijkheid zich aan om de sanering af te ronden tegen lagere kosten dan voorzien en zonder gezondheidsrisico’s voor de bewoners. Het college heeft gebruik gemaakt van deze mogelijkheid en is daarmede gebleven binnen de daarvoor gestelde wettelijke kaders en de door de Raad gegeven opdracht.
Vraag 8
Toelichting:
Als het college van mening is, dat de wijziging van het vastgestelde saneringsplan een collegebevoegdheid is, waar de gemeenteraad buiten staat, dan had -naar het oordeel van Gemeentebelangen- de Raad geïnformeerd moeten worden op basis van de actieve informatieplicht van het college.
De “nota actieve informatieplicht” zegt hierover in de paragraaf 3.1.b. “Urgente ontwikkelingen waarbij een snelle melding aan de Raad nodig is”:
“Maar ook een brede maatschappelijke en/of media-aandacht voor een onderwerp kan voor ons aanleiding zijn om de Raad direct te informeren. Bijvoorbeeld omdat wij verwachten dat raadsleden daar vanuit de samenleving op worden aangesproken. Een andere reden kan zijn dat sprake is van een politiek gevoelige kwestie of de integriteit van het bestuur in het geding is”
Vraag:
Waarom is het college juist in deze zaak van de verordening afgeweken?
Antwoord De eerste fase van de sanering op het bedrijventerrein is zonder problemen en onrust verlopen. Niet viel in te zien dat er bij de afronding van de sanering ineens onrust en verzet zou ontstaan bij een aantal bewoners. Een brede maatschappelijke en/of media-aandacht met betrekking tot deze sanering zoals aangehaalde nota bedoelt, viel eveneens niet te verwachten. Op genoemde uitzending na is die brede aandacht er ook niet geweest.
Verder is in de afgelopen jaren tijdens alle terugkoppelingen richting Raad het onderwerp bodemsanering ook nooit een politiek gevoelig onderwerp gebleken. De andere aspecten genoemd in aangehaalde nota gaven ons college evenmin aanleiding uw Raad te informeren.
Theo van Kerkhof,
Raadslid Gemeentebelangen
Telefoon: 055-3556474
E-mail:
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.

